Symposium 'Dementiezorg in Europa', 8 nov 2013

08-11-2014

150 bezoekers aan het derde symposium van de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg worden aan de hand van een film meegenomen in het onderwerp van deze middag. Hilde Verbeek, Hanneke Beerens en Basema Afram, onderzoekers van de Universiteit Maastricht, laten een tipje van de sluier zien van hun studie ‘RightTimePlaceCare’oftewel op op het juiste moment, de juiste zorg op de juiste plaats de juiste zorg.

Hoe staat het in Nederland met de ouderenzorg? En in het bijzonder de zorg voor demente ouderen vergeleken bij andere Europese landen? De overgangsperiode van de dementerende oudere in de thuiszorg naar de verpleeghuiszorg? En de belasting van de mantelzorger daarbij? Worden kwaliteitsverschillen in de ouderenzorg ervaren tussen landen? Wat is de beste zorg voor mensen met dementie en op welke plaats, thuis óf in het verpleeghuis?

Op deze en nog meer vragen worden vanmiddag antwoorden gegeven en ervaringen met elkaar uitgewisseld over één bepaald thema in de ouderenzorg. ‘Vandaag horen jullie als eerste de resultaten van de driejarige Europese studie ‘RightTimePlaceCare’, zo opende hoogleraar ouderenzorg en middagvoorzitter Jan Hamers van de Universiteit Maastricht op 8 november jl. het jaarlijkse congres van de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg.

 

Bekijk hieronder de presentatie(s). Klik in de kolom rechts om een ander onderdeel te kiezen.

Met elkaar in discussie

Na de pauze worden rondom een tweetal thema’s, in tien groepen met vijftien deelnemers, onder leiding van een gespreksleider discussies gevoerd. Michel Bleijlevens, onderzoeker UM en gedetacheerd bij Sevagram, legt uit dat het delen van kennis één van de pijlers van de Academische Werkplaats Ouderzorg is. Het is de bedoeling dat aan de hand van de resultaten die voor de pauze gepresenteerd zijn, met elkaar in gesprek wordt gegaan en ervaringen worden uitgewisseld. De thema’s luiden: hoe kunnen we medewerkers beter opleiden? én hoe kunnen we de zorg voor mensen met dementie thuis en in het verpleeghuis innoveren?

Medewerkers gaan met elkaar in discussie en constateren overall een kennisgebrek bij zorgverleners én mantelzorgers over ouderen- en dementiezorg. Wat betekent dat in de praktijk als iemand vergeetachtig is en hoe ga je daar als zorgverlener en mantelzorger mee om? Informatie over gedragsproblemen wordt als een gemis ervaren. Tegelijkertijd wordt opgemerkt dat niet alles te scholen is en dat meer ruimte voor begeleiding een oplossing kan bieden. Meer reflectie in de praktijk toepassen en coaching op de werkvloer worden als verbeterpunten voor de ouderen- en dementiezorg genoemd. Een ander punt is dat kennis van de thuissituatie veelal onvoldoende aanwezig is bij de zorginstelling. De medewerkers constateren verder dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden van de mantelzorgers. De vraag ‘Hoe denk je een bijdrage te kunnen leveren aan het welzijn van je vader, moeder, broer of buurvrouw?’ wordt te weinig gesteld.