MAESTRO | Effect van nazorg na een beroerte

Handvaten voor een betere (na)zorg aan ouderen met een beroerte.

Background:

Doel

Het MAESTRO-project (betekent “Multidisciplinary Aftercare for Elderly persons with STROke”) onderzoekt de effecten van een op maat gesneden multidisciplinair (na)zorgprogramma voor ouderen met een CVA (beroerte) die na revalidatie in het verpleeghuis terugkeren naar de thuissituatie. De bedoeling is dat het onderzoek handvaten oplevert die bijdragen aan betere (na)zorg aan ouderen met een beroerte.

Het belangrijkste doel van het project is enerzijds het verbeteren van de zelfredzaamheid, sociale participatie en ervaren kwaliteit van leven van cliënt met een CVA, en anderzijds het verminderen van de ervaren zorglast van de mantelzorger.

Doelgroep

De doelgroep van het zorgprogramma bestaat uit zelfstandig wonende 65-plussers die na een CVA worden opgenomen op een afdeling voor geriatrische revalidatiezorg van een verpleeghuis. Ook de mantelzorgers worden bij het zorgprogramma betrokken.

Wat houdt het project in?

Het zorgprogramma, genaamd “Samen sterk na een beroerte”, is gericht op het goed benutten van de geschikte mogelijkheden van de cliënt en het begeleiden van de cliënt en mantelzorger bij terugkeer in de maatschappij. Het programma bestaat uit drie zorgmodules:

  • De eerste module vindt plaats op de revalidatieafdeling en is gericht op het opnieuw aanleren en leren toepassen van handelingen en vaardigheden die van belang zijn voor het dagelijks leven van de cliënt.
  • De tweede zorgmodule start direct na ontslag en is in eerste instantie gericht op het aanleren van zelfmanagement-vaardigheden en het vergroten van de zelfredzaamheid en deelname van de cliënt en mantelzorger.  
  • De derde zorgmodule bestaat uit vier scholingsbijeenkomsten voor cliënten en mantelzorgers.

De cliënt en mantelzorger worden gedurende het hele zorgtraject begeleid door een zorgtrajectbegeleider. Het programma duurt minimaal 2 en maximaal 6 maanden, waarbij de duur wordt afgestemd op de hulpvraag van cliënt en mantelzorg.

Wetenschappelijk onderzoek

De resultaten van het programma zijn geëvalueerd in een gerandomiseerde studie (RCT) in 7 regio’s in Limburg en Brabant. Cliënten en mantelzorgers zijn door het lot toegewezen aan de interventiegroep (het nieuwe zorgprogramma) of controle groep (reguliere zorg). De metingen vonden plaats bij instroom in de studie en 6 en 12 maanden daarna. Primaire uitkomstmaten zijn zelfredzaamheid, sociale participatie en kwaliteit van leven van de cliënt en ervaren zorglast van de mantelzorger. Naast de effectevaluatie vond er een economische evaluatie plaats om de effecten van het programma op het zorggebruik te bepalen en een procesevaluatie om het oordeel van cliënten, mantelzorgers en behandelaars over het programma vast te stellen. Het onderzoek vond plaats in de periode 2010 t/m 2013.

Contactpersonen:
Tom Vluggen, t.vluggen@maastrichtuniversity.nl
Jolanda van Haastregt, j.vanhaastregt@maastrichtuniversity.nl

Staff