Investeren in toekomstige medewerkers

12 June 2019

Onderwijs en praktijk nog beter op elkaar aan te laten sluiten. Dat is het doel van het hybride leertraject dat het Gilde Zorgcollege en Proteion woensdag 24 april samen zijn gestart. De Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg gaat het traject monitoren om te onderzoeken of deze manier het leerrendement verhoogt.

Michael Maissan, seniorinstructeur bij het Gilde Zorgcollege, ontwikkelde deze vorm van vernieuwend onderwijs samen met zijn collega Chantal Kleijsen omdat zij willen onderzoeken of deze manier van onderwijs studenten helpt om theorie en praktijk gemakkelijker koppelen. Michael over het hybride leertraject: 

Hybride, wat betekent dat nu eigenlijk in dit geval?

“Hybride betekent letterlijk nauwe vermenging van ongelijksoortige zaken. In ons geval houdt dit in dat tijdens het leertraject, dat 8 weken duurt, theorie wordt gemengd met de praktijk. 

Het onderwijs wordt gegeven in de praktijk:

Één helft van de klas gaat bij Proteion Sterrebosch in Thorn (waar ik het traject leid) aan de slag, de andere helft begint bij Zorghoeve De Port in Kelpen-Oler, een zorgboerderij die samenwerkt met Proteion (waar Chantal Kleijsen het traject leidt). 

We beginnen de lesdag met één uur instructie in het internetcafé van Sterrebosch, daarna gaan de negen studenten in groepjes van drie naar één van de huiskamers op de psychogeriatrische-afdeling waar cliënten met dementie wonen. Ze kunnen de theorie dan meteen in praktijk toepassen. Door middel van observaties en gesprekken met de medewerkers brengen de studenten de zorgvraag van de cliënten in kaart. Later ontwikkelen ze activiteiten die passen bij de zorgvraag en de mogelijkheden van de cliënt. Aan het eind van de ochtend volgt een klassikale evaluatie.”

Wat is de aanleiding voor dit hybride leertraject ?

“Met het project ‘met een been in de Maatschappelijke Zorg praktijk’ willen wij bereiken dat er voor de eerste jaars Maatschappelijke Zorg/Combi opleiding één module ontwikkeld wordt waarin de studenten in de praktijk onderwijs krijgen. Studenten missen naar onze mening vaak de verbinding tussen wat op school behandeld wordt en hoe het er in de praktijk aan toe gaat.

Middels dit hybride leren willen wij deze brug slaan door samen met de studenten in een instelling de lessen te verzorgen met daar aansluitend het geleerde meteen toe te passen op echte en realistische situaties. Hierbij zoeken we de samenwerking op met medewerkers en professionals die werkzaam zijn in de betreffende instelling.

Voor deze pilot hebben we de trajectklas van mij, Michael, geselecteerd. Dit is een eerste jaar klas waar studenten in zitten die gekozen hebben voor de opleiding Maatschappelijk Zorg niveau 3, Maatschappelijk Zorg niveau 4 of de Combi opleiding Verzorgende IG en Maatschappelijke Zorg.”

Wanneer is het hybride leertraject geslaagd?

“Het eindresultaat is dat studenten deze wijze van leren als een meerwaarde voor hun professionele ontwikkeling zien. Dat zij de verbinding tussen de theorie en praktijk hebben kunnen maken.

Daarnaast willen we een prettige samenwerking tussen de student, de leerplek en Gilde opleidingen bereiken die mogelijkheden biedt om in de toekomst meerdere samenwerkingsprojecten met elkaar aan te gaan.”

Wat zijn de 1e reacties van de studenten?

“De studenten zijn erg enthousiast om direct in contact te staan met de doelgroep, maar er werd ook snel genoeg opgemerkt dat de psychogeriatrische doelgroep een moeilijke doelgroep is. Contact maken met iemand die verbaal niets zegt blijkt bijvoorbeeld een echte uitdaging te zijn.” 

De AWO-ZL heeft een rol binnen het traject voor de monitoring, wat houdt dit in en waarom is dat belangrijk?

“Dr. Bram de Boer (onderzoeker en linking pin bij de AWO-ZL) is bij de start van het project bij de Port aanwezig geweest om zich voor te stellen aan de studenten en uitleg te geven over het project. Hiermee werd het voor de studenten ook duidelijk dat het meer is dan alleen een project uitvoeren op de werkvloer, maar dat er daadwerkelijk gekeken wordt naar wat het voor hen oplevert. 

Dit doet Bram door het monitoren van de projecten met de door hem gemaakte evaluatieformulieren. Deze formulieren worden na iedere projectdag door studenten en docenten ingevuld. Bram analyseert deze en voert daarnaast ook evaluatiegesprekken met betrokkenen en studenten. Hieruit moet uiteindelijk blijken of het leerrendement wordt verhoogd.”

Dr. Nynke de Jong, Universitair Hoofddocent op het gebied van onderwijsinnovatie onderzoekt binnen de AWO-ZL innovatieve concepten om studenten actiever te betrekken bij het leren en kennis te laten maken met het latere werkveld in afstemming met collega docenten en onderwijsontwikkelaars.