“Het is aan ons het goede te behouden zodat we niet helemaal teruggaan naar voorheen."

13 July 2020

Wijkverpleegkundigen hebben in de COVID-19 periode veelal een andere rolinvulling ervaren. Enerzijds lag de focus vooral op het primaire zorgproces maar anderzijds gaven ze aan dat leiderschap nodig was om ervoor te zorgen dat de juiste zorg op het juiste moment aan de cliënt kon worden verleend. Prof. dr. Sandra Zwakhalen heeft vanuit de AWO-ZL samen met Prof. dr. Bianca Buurman (UNO-VUmc) en dr. Nienke Bleijenberg (HU) een verkenning uitgevoerd onder de ambassadeurs van de wijkverpleging. In korte tijd zijn er ongeveer 42 interviews gehouden na een oproep vanuit de Wetenschappelijke Tafel Wijkverpleging van het Wetenschappelijk College Verpleegkunde.

Het is inmiddels al bijna een half jaar geleden dat voor het eerst COVID-19 werd vastgesteld in Nederland. In de afgelopen maanden is het zorglandschap compleet veranderd. Thuiswonende ouderen werden vaak geconfronteerd met een afschaling van zorg en een beperking van de sociale contacten. De dagbehandeling en alle ‘niet essentiële’ zorg werd ‘on hold’ gezet. Ook de organisatie van de zorg in de wijk veranderende drastisch. Zo werden er COVID-routes opgezet en ontstonden nieuwe samenwerkingen tussen zorgorganisaties. Prof. dr. Sandra Zwakhalen heeft vanuit de AWO-ZL samen met Prof. dr. Bianca Buurman (UNO-VUmc) en dr. Nienke Bleijenberg (HU) een verkenning uitgevoerd onder de ambassadeurs van de wijkverpleging. Vanuit de Wetenschappelijke Tafel Wijkverpleging ontstond de vraag om de impact van COVID-19 op de wijkverpleging in kaart te brengen. Om snel inzicht te krijgen is gestart met telefonische interviews met ambassadeurs wijkverpleegkundigen. Alle ambassadeurs (104 in totaal) zijn aangeschreven en tot nu toe hebben ruim 40 wijkverpleegkundigen deelgenomen aan de interviews. 

De ambassadeurs deelden hun ervaringen over de ervaren impact. Resultaten van deze verkenning tonen aan dat de COVID19-pandemie gevolgen heeft gehad voor de cliënten, de verpleging en het werk/organisatie. Uit de interviews blijkt dat dat verpleegkundigen en verzorgenden zich veel zorgen maakten over de meest kwetsbare cliënten in de wijk (bijvoorbeeld de ouderen met dementie), mede door de afschaling van formele en informele zorg. Ondanks dat verpleegkundigen en verzorgenden veel waardering en solidariteit hebben ervaren onderling en erg enthousiast zijn over de nieuwe samenwerkingsverbanden, geven zij ook aan dat een constante spanning en onzekerheid hebben ervaren. De emotionele impact van het werken in wijk was groot door angst voor besmetting, de onzekerheid van de situatie en de schaatste van beschermingsmaterialen. Dat er lange tijd minder aandacht was voor de zorg thuis en de nadruk lag op de zorg in het ziekenhuis en in het verpleeghuis is door veel ambassadeurs betreurd.

“Ik heb het gevoel dat we in hongersnood verkeren en de VVT Afrika is.” 

(Ambassadeur wijkverpleging) 

Wijkverpleegkundigen hebben in de COVID-19 periode veelal een andere rolinvulling ervaren. Enerzijds lag de focus vooral op het primaire zorgproces maar anderzijds gaven ze aan dat leiderschap nodig was om ervoor te zorgen dat de juiste zorg op het juiste moment aan de cliënt kon worden verleend. 

De interviews hebben ook mooie uitdagingen opgeleverd voor de nabije toekomst. Deze zijn van belang bij het opschalen we de zorg en/ of wanneer er sprake zou zijn van een nieuwe opflakkering van het virus. Daarbij werd benadrukt dat het van groot belang is om ervoor te zorgen dat we de mooie initiatieven en samenwerking niet verliezen. 

“Het is aan ons het goede te behouden zodat we niet helemaal teruggaan naar voorheen.” (Ambassadeur wijkverpleging) 

De interviews worden nog nader geanalyseerd en de lessons learned zullen worden gedeeld. In onderstaande tabel staan de belangrijkste bevindingen kort samengevat.